BMI is geen goede indicator voor overgewicht

Al meer dan 100 jaar wordt de BMI (Body Mass Index) gebruikt om te bepalen of iemand overgewicht heeft

 

STOP daar nou eens mee! De BMI is een onbetrouwbare methode om te bepalen of iemand overgewicht heeft. En met overgewicht bedoelen we: teveel vetmassa ten opzichte van niet-vetmassa.

Waarom is de BMI niet betrouwbaar en gebruiken veel mensen hem toch? En wat is dan wel betrouwbaar? En waarom gebruiken we deze methode niet algemeen?

 

Waarom de BMI geen betrouwbare methode is om te bepalen of iemand overgewicht heeft

Simpel: BMI meet geen vetmassa, het geeft alleen de verhouding aan tussen je lengte en je gewicht. Het is een methode die meer dan 100 jaar geleden is bedacht. Inmiddels zijn we ver vooruit in de wetenschap, maar deze methode wordt nog steeds zonder nadenken gebruikt. Het is een meting van een gemiddelde gewichtsverhouding van lengte en gewicht gebaseerd op een gemiddeld persoon. Slechts ongeveer 50% van de bevolking valt binnen dat gemiddelde. 50%. De rest niet. Hoe accuraat is dat?! De BMI zegt niets over je vetpercentage, je spiermassa, je conditie of je niveau van fitheid. Het zegt niets over je lichaamstype. En er zijn bijvoorbeeld 3 hoofdbasistypen lichaam voor heren en minimaal 9 (!) voor vrouwen. Conclusie: hoe betrouwbaar is de BMI dan? Juist ja: niet dus!

Let op: ik heb het hier niet over obesitas, als de verhoudingen namelijk dusdanig zoek zijn dat je BMI de pan uit rijst (laten we met de natte vinger zeggen bij een BMI boven de 35%), dan heb je wel degelijk een goede aanwijzing (maar formeel nog steeds geen tastbaar bewijs!) dat je vetmassa naar verhouding veel groter is dan je spiermassa.

 

De BMI mag wat mij betreft verder dan ook in de prullenbak. Dat de BMI toch zoveel wordt gebruikt door artsen, dietisten en sportscholen (en door de grote massa) is pure onvervalste gemakzucht en onwetendheid. Ik krijg acuut last van plaatsvervangende schaamte. De BMI is makkelijk te berekenen, nou en, appels en peren kun je ook met elkaar vergelijken maar het slaat nog steeds nergens op.

Waarmee kan je dan wel betrouwbaar meten wat je vetpercentage is en of je echt overgewicht hebt?

 

Betrouwbare methoden voor de berekening van lichaamsvetpercentage en daarop gebaseerd van overgewicht

 

De weinige betrouwbare methoden voor de berekening van het lichaamsvetpercentage zijn gebaseerd op lichamelijk en herhaaldelijk meten: van huidplooien, en in mindere mate van drijfvermogen (kort door de bocht: vet drijft, spieren en botten niet). Als mijn afgetrainde zus niet beweegt tijdens het zwemmen, zinkt ze bijvoorbeeld naar de bodem van het zwembad. Ik blijf lekker drijven want ik heb wat meer vetpercentage en dus wat meer drijfvermogen.

Methoden waarbij een stroompje door je lijf gaat zijn helaas niet betrouwbaar gebleken, omdat de resultaten behoorlijk varieren door verschillende interne (bv. vocht vasthouden) en externe factoren.

 

1. Huidplooimeting: dit is de beste methode van allemaal, want betrouwbaar en goedkoop. Maar ook een, die je moet oefenen om goed onder de knie te krijgen. Op de een of andere manier is dat te moeilijk voor de meeste gestudeerde artsen, gediplomeerde dietisten en voedingsconsulenten en trainers. Bij de huidplooimeting worden op verschillende plaatsen op het lichaam (meestal 4 plaatsen) huidplooien gepakt en gemeten met een speciaal metertje. De dikte van de huidplooi in millimeters geeft aan hoeveel vet zich er ongeveer in bevind. De plaatsen waar gemeten wordt worden opgeteld, er wordt een berekening op losgelaten en dan krijg je een aardig idee van je gemiddelde vetpercentage. Een acceptabel vetpercentage varieert van persoon tot persoon en ook van de leeftijd.

Voorbeeld van een huidplooimeter

2.Onder water meten: deze meetmethode is ook goed en heeft ook het voordeel van de huidplooimeting dat ook al het vet dan aan de binnenkant zit (rond de organen) gemeten en meegeteld wordt. Het nadeel is dat je er dure speciale apparatuur voor nodig hebt. Deze methode is daarom veel minder populair.

 

Waarom is het belangrijker om te weten wat je vetpercentage is dan een BMI te berekenen?

 

Je kan aan de hand van het vetpercentage meten wat de verhoudingen zijn tussen je vetmassa en spiermassa. De verhoudingen zijn belangrijk voor bijvoorbeeld je algemene gezondheid, bij sporten, afvallen of bijkomen. BMI zegt hier helemaal niets over.

Als je bijvoorbeeld een vetpercentage hebt van 20% en je weegt 62 kilo, dan is 20%, ongeveer 12 kilo, daarvan vetmassa. Je overige 80% lichaamsmassa, spieren, botten enz. weegt dan 50 kilo. Wat het meest kan veranderen van die 50 kilo is je spiermassa. Als je dus je vetmassa en je gewicht bepaalt, kun je ook je spiermassa bepalen. Je spiermassa kan meer of minder worden door wat je eet, je activiteiten, je lichaamsbeweging en je levensstijl. Het is belangrijk om een goede verhouding aan spiermassa te hebben en te houden, omdat deze je helpt bij een beter functioneren van je lichaam. Je hebt bijvoorbeeld meer kracht, meer uithoudingsvermogen en je verbrand energie efficienter, en kunt beter tegemoetkomen aan de eisen van je dagelijkse leven en werk. Het is ook belangrijk het verlies van spiermassa door krachttraining te beperken als je ouder wordt, omdat een senior met een goede verhouding aan spiermassa dan ook nog eens minder last heeft van botontkalking naast alle andere gezondheidsvoordelen. Ook het effect van een sporttraject is op deze manier meetbaar. Als bijvoorbeeld de spiermassa toeneemt terwijl je gewicht gelijk blijft, heb je dus vetmassa verloren (en broekmaten, maar daarover een andere keer meer). Als je vetmassa gelijk blijft en je gewicht gaat omhoog, dan heb je ook gezondheidsvoordeel behaald maar je moet dan bijvoorbeeld wel meer gaan letten op wat je eet om nog meer voordeel uit je training te halen en wat extra vetmassa kwijt te raken.

Ook andersom geldt dit. Sommige mensen hebben een gezond of zelfs ondergewicht volgens de weegschaal en hun BMI, maar hebben in werkelijkheid veel te veel vetmassa te opzichte van hun spiermassa. Ze zijn dun maar vet. Dit is even ongezond als dik en vet, en brengt dezelfde gezondheidsrisico’s met zich mee als bij een obees persoon. Ze zijn bovendien vaak zwak en slap en hebben vaak minder weerstand. Deze mensen (hier behoren ook veel ouderen toe) kunnen veel baat hebben bij de ontwikkeling van hun spiersysteem voor een betere gezondheid omdat gewicht verliezen uiteraard geen optie is. Dat kan het beste door middel van krachttraining en gezonde voeding.

Dus weg met de BMI, kom op met die spieren!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>